Ongewenst gedrag voornamelijk door collega’s en leidinggevenden
Uit de cijfers blijkt dat 22,9% van de werkenden in de sector in de afgelopen twaalf maanden zelf ongewenst gedrag heeft ervaren. Een vergelijkbaar percentage was getuige van dergelijk gedrag richting anderen. Dit ligt hoger dan het landelijk gemiddelde van 17,2%.
Opvallend is dat de veroorzaker van dit gedrag in de sector bijna drie keer zo vaak een collega of leidinggevende is als in andere sectoren.
Psychologische veiligheid: verschil tussen gevoel en gedrag
Een belangrijk inzicht uit de monitor is de kloof tussen ervaren veiligheid en handelingsvrijheid. Hoewel 81% van de respondenten aangeeft de werkomgeving als sociaal en psychologisch veilig te ervaren, voelt slechts 71% zich vrij om ongewenst gedrag aan te kaarten zonder negatieve gevolgen. Een belangrijke reden om geen melding te doen of steun te zoeken is angst.
Basisvoorzieningen zijn aanwezig maar nog niet voor iedereen
Uit het onderzoek kan worden geconcludeerd dat basisvoorzieningen in de vorm van een vertrouwenspersoon (53%), gedragscode (41%) en meldprocedure (36%) weliswaar vaak niet voor iedereen aanwezig zijn, maar zeker niet voor iedereen. Het handelen van organisaties sluit nog onvoldoende aan bij de behoefte van de werkenden.
Hoe nu verder: van maatregelen naar cultuurverandering
De cijfers laten zien dat beleid en basisvoorzieningen alleen niet voldoende zijn. Er is een werkelijke gedragsverandering nodig. Aan de hand hiervan kunnen de belangrijkste opgaven voor de sector als volgt worden samengevat:
- Versterken van leiderschap op het gebied van sociale en psychologische veiligheid
- Bevorderen van een open aanspreekcultuur
- Creëren van veilige en toegankelijke mogelijkheden om ongewenst gedrag te melden
- Aandacht voor nazorg en ondersteuning aan werkenden die met ongewenst gedrag te maken krijgen
Bestuursvoorzitter Febe Deug: ‘Aanleiding voor deze monitor was het in kaart brengen van sociale veiligheid in onze sector en het bieden van gerichte steun en handvatten. Het onderzoek laat zien dat ongewenst gedrag geen uitzondering is, maar nog altijd een structureel belangrijk aandachtspunt. En er is nog veel werk te verzetten om ervoor te zorgen dat iedereen zich echt veilig voelt op de werkvloer. Dat start met aandacht voor preventie en stevig leiderschap. Daar kan iedereen zelf aan bijdragen. De voornaamste uitdaging lijkt daarbij te liggen in het feit dat de ruimte om zonder angst te kunnen spreken, moet worden vergroot. We moeten ernaar streven dat men, indien nodig, vrijuit kan melden en ook daarna ook daadwerkelijk steun ervaart vanuit de praktijk.’
In 2028 wordt het onderzoek herhaald, zodat trends en ontwikkelingen zichtbaar worden en de sector kan volgen of ingezette maatregelen daadwerkelijk effect hebben.